Synergos Haptonomie

De visie en kernwaarden van Synergos

HAPTONOMIE

Haptonomie gaat uit van het belang en de kracht van gevoelens in de communicatie. Situaties en ontmoetingen roepen gevoelens op. Dat gevoel is van invloed op wat iemand doet, welke keuzen er worden gemaakt en ook de wijze waarop dat gebeurt. Wanneer er sprake is van kwaadheid wordt een situatie anders ervaren en aangepakt dan wanneer er sprake is van angst. Hoe en of mensen die gevoelens bij zichzelf herkennen en uiten naar anderen toe is van invloed op de helderheid van de communicatie.


Mensen zijn gevoelig voor non-verbale signalen (houding, beweging, klank van de stem e.d.). Deze signalen spelen altijd een rol binnen communicatie en zijn een uiting van gevoelens die er op een bepaald moment spelen. Ook al doen mensen hun best om vriendelijk over te komen als ze eigenlijk kwaad zijn, dan is dat altijd ergens zichtbaar in hun houding en beweging en hoorbaar in hun stem.


Denken en doen zijn goed ontwikkeld door de lessen die wij vanaf de kleuterschool gevolgd hebben. Voor voelen hebben wij doorgaans geen speciale lessen ontvangen. Voelen lijkt iets wat gegeven is bij de geboorte en waar vervolgens weinig meer aan hoeft te worden gedaan. Maar ook voelen kun je ontwikkelen en aanscherpen. Verstand krijgen van voelen helpt mensen om zichzelf en anderen beter te begrijpen en is een basis voor emotionele en sociale intelligentie.

HET TOEPASSINGSGEBIED VAN DE HAPTONOMIE

Omdat gevoelens een belangrijke rol spelen bij communicatie, heeft haptonomie toegevoegde waarde in het werkveld van sociaal en emotioneel gedrag. Haptonomische interventies zijn zinvol bij inter- en intra psychische processen die vastgelopen zijn, haperen of waar ontwikkeling gewenst is. De interventies zijn gericht op ontwikkeling, verdieping en verheldering.

DE ONDERBOUWING VAN DE SYNERGOS-VISIE OP HAPTONOMIE

Een mens voelt altijd: er is geen begin- en eindpunt, geen oorzaak en geen gevolg. Wel is er samenhang en zijn er krachtenvelden. Dat maakt een wetenschappelijk fenomenologische benadering voor de haptonomie het meest geschikt.

Synergos bouwt voort op het werk van:

Frans Veldman

De denkwijze vanuit de fenomenologie: Husserl, Heidegger, Merlau Ponty

De grondleggers van Synergos: Peter Zwiers, Arina Winkelman

Laatstgenoemden hebben -aanvankelijk als leerlingen van Frans Veldman en mede ontwikkelaars van de academie voor haptonomie in Doorn- vanuit een eigen invalshoek een diepgaande haptonomische visie ontwikkeld. Het is een ontwikkeling die verder vorm gegeven wordt door een team van docenten waarvan Peter Zwiers en Arina Winkelman nog steeds deel uitmaken. De ontwikkeling wordt voortgezet vanuit een gezamenlijke interesse naar het functioneren van mensen in relatie met elkaar en de herkenbaarheid van verschijnselen (fenomenen) en patronen die hierbij van belang zijn. Inzichten uit de moderne psychologie, (neuro)fysiologie en filosofie ondersteunen de haptonomische visie van Synergos.


Bij Synergos onderzoeken we hoe de mens in contact is en kan zijn met zijn omgeving en op welke manier een mens de keuze heeft om zichzelf te presenteren in zijn leefwereld met anderen. We gaan daarbij uit van het hier en nu en de lijfelijke en emotionele bewustwording, zonder oordeel over hoe het zou moeten zijn. Elke manier van aanwezig zijn en elke manier van doen en laten heeft zijn eigen voor en nadelen, zijn eigen kwaliteiten en zijn eigen valkuilen.

DE HAPTONOMISCHE VISIE VAN SYNERGOS IS HIERONDER UITGEWERKT. HET BETREFT:


  • De kenmerken van de fenomenologische denkwijze
  • Het belang van de tast
  • De centrale rol van de waarneming
  • Het denken over emotionele aansturing
  • Communicatie
  • Interactiedynamiek
  • Het individuele grondpatroon dat elk mens eigen is
  • De samenhang tussen voelen, denken en handelen
  • Het bestaan in het hier en nu


Kenmerken van de fenomenologische denkwijze

Fenomenologie is de leer der verschijnselen. Voor wie meer te weten wil komen over verschijnselen is er, naast de natuurwetenschappelijke onderzoeksmethode, de fenomenologische benadering. Beide onderzoeksmethoden worden door Synergos gehanteerd. De fenomenologie benadert een levend wezen op een andere manier dan de natuurwetenschap. De natuurwetenschap analyseert en ontleedt organismen, in een poging door te dringen tot het wezen van plant, dier of mens. De gedachte hierachter is: als ik alle delen ken, dan ken ik het geheel. Zij ontleedt ook dode overblijfselen, teneinde meer te weten te komen over het levende. Er wordt gedetermineerd en daaruit worden conclusies getrokken. De natuurwetenschap gaat uit van een vooronderstelling, stelt hypotheses op en gaat zoeken naar de (on)waarheid van deze hypothese. Dit is een convergerende benaderingswijze.


De fenomenologie richt zich juist niet op het ontleden van wezens. De fenomenologie richt zich op het wezen in vol ornaat, men richt zich op de totaliteit, het geheel der gebeurtenissen. Uit een brei van waarnemingen duikt de essentie van het verschijnsel uiteindelijk op als een steeds waarneembaar, toetsbaar, herhaalbaar gegeven. Het verschijnsel wordt ‘voor waar aangenomen’ tot blijkt dat het anders is. Daarbij observeert men zo objectief en onbevooroordeeld mogelijk. Dit is een divergerende benaderingswijze.


Uitgaande van een fenomenologisch uitgangspunt maakt de mens deel uit van de wereld en is daarvan niet los te zien of te bestuderen. Er is een continue uitwisseling tussen mens en wereld, een proces zonder begin- en eindpunt. Dit is een proces dat grotendeels voorbewust verloopt (le corps connaissant, naar Merlau Ponti).

Het belang van de tast

Om te communiceren met de omgeving maakt de mens gebruik van zijn zintuigen: ogen, oren, neus, mond en tastzin. De zintuigen ontvangen indrukken uit de wereld om hem heen. Op basis van deze informatie beweegt hij, maakt hij keuzes, handelt hij. In de rij van zintuigen neemt de tast een speciale plaats in: oog en oor zijn zintuigen die vooral ver weg informatie halen. Mond en neus zijn meer gericht op signalen dichtbij. De tast is uitgebreider en complexer. Anders dan bij de overige zintuigen, kan de mens met zijn tastzin waarnemen naar binnen én naar buiten.


De tast neemt een speciale plaats in binnen de zintuigen:


Het tastzintuig is groot.


In de ontwikkeling is het als eerste aanwezig (zowel fylogenetisch als ontogenetisch primair).


Alle zintuigen zijn in hun basis vanuit dezelfde kiemlaag ontwikkeld als de huid, het ectoderm. Je kunt de tast daarmee zien als een onderliggende laag voor elke zintuigelijke waarneming: met al zijn zintuigen tast een mens zijn omgeving af.


De tast is van vitaal belang voor het voortbestaan, met name voor de kwaliteit van leven. De tast is van vitaal belang voor het onderscheiden van goed en kwaad.

De centrale rol van de waarneming

Zolang de mens bestaat probeert hij de wereld en de verschijnselen erin te begrijpen. Het doel daarvan is, naast interesse, vooral ook te kunnen ordenen, plaatsen en voorspellen. Het lastige is alleen dat niets waar is. Dat de mens alleen iets “voor waar kan aannemen”. Daarbij heeft hij altijd te maken met het feit dat mensen de wereld beschrijven vanuit een theoretische aanname. De gevonden conclusies zijn altijd getrokken op basis van bevindingen door te kijken vanuit een bepaald perspectief.


Aan elke actie en reactie in het contact tussen mensen ligt de waarneming van elkaar en elkaars gedrag ten grondslag. De mens ziet, hoort, ruikt en voelt de ander en treedt de ander vandaar uit tegemoet. Zijn waarneming heeft grote invloed op zijn gedrag. Zijn waarneming is dan ook een belangrijke basis voor de interacties met anderen, voor de manier waarop hij leert, de hobby die hij kiest en de keuzes die hij maakt. Dat hij geneigd is op een bepaalde manier te handelen en niet anders, hangt voor een groot deel af van hoe hij de wereld waarneemt. De manier waarop hij die wereld waarneemt vertelt iets over hoe hij zich in die wereld voelt. Aangezien wat hij waarneemt zijn keuzes en zijn handelen op deze manier aanstuurt, is het van belang te onderkennen waar en hoe de eigen kleuring in de waarneming komt.


Een manier om daar achter te komen is na te gaan hoe een waarnemingsproces zich stapsgewijs afspeelt, waar de eigen subjectiviteit in het spel komt en waaruit die bestaat.


De individuele wijze van waarnemen wordt onderzocht. Feitelijkheden worden onderscheiden van eigen gevoelens, voorkeurspositie van de waarnemer en interpretaties.


Waarnemen door middel van welk zintuig dan ook, leidt tot gevoel(ens), gedachte(s) en beweging(en).


Gevoelens en gedachtes kunnen zich intern afspelen. Zij zijn ook waarneembaar in houding en beweging. De eerste bewegingen zijn voorbewust en waarneembaar in een ergens naartoe of ergens vanaf bewegen. Deze bewegingen gaan gepaard met een basaal gevoel van lust/onlust.

Het denken over emotionele aansturing

In houding, motoriek, stem, ademhaling, mimiek, gebaren, woordkeuze en manier van omgaan met anderen is waarneembaar hoe iemand in het leven staat; letterlijk en figuurlijk. De manier waarop een mens zich gedraagt kent een emotionele aansturing, wat je kunt zien als een soort van energiebron of drijfveer. Hier kan een mens zich al dan niet bewust van zijn.

Wittgenstein schreef:


“ Die aspecten van de dingen die voor ons het belangrijkst zijn blijven verborgen omdat ze zo eenvoudig en bekend zijn (het lukt je niet iets op te merken omdat je het altijd voor ogen hebt). Aan de drijfveren voor zijn speurtochten besteedt de mens niet de geringste aandacht”’.


Bewustwording van bepaalde emotionele aansturing maakt het mogelijk dat het individu bewuste keuzes kan maken voor hetzelfde of ander gedrag. Op basis van interne en/of externe informatie kan een basaal lust/onlustgevoel leiden tot gevoelens die verwijzen naar bepaalde emoties, zoals boos of blij, verdrietig of angstig. Deze gevoelens gaan gepaard met een manier van bewegen die kenmerkend is voor die emotie. Interne gevoelsbeweging, leidt tot (individueel verschillende) expressie (gedrag), wat informatie is in de communicatie.


De emotioneel gestuurde non-verbale informatie in communicatie verloopt sneller dan het bewustzijn. Rationele beïnvloeding van communicatie komt later.

Communicatie

Synergos hanteert twee modellen om naar communicatie te kijken: het transmissiemodel en het participatiemodel. Gaat men uit van de vraag: wat moet ik laten om de communicatie te verbeteren, dan is men van meet af aan gericht op de wijze van communiceren en werkt men aan een gemeenschappelijk probleem. De schuld, wie de kip of het ei is, is dan minder interessant. Men is dan meer gericht op de interactie, de wisselwerking tussen mensen in relatie met hun omgeving.


Het transmissiemodel

Het uitgangspunt van het transmissiemodel is dat mensen allemaal individuen zijn die elkaar kunnen bereiken, volgens het zender-ontvanger-model, zoals dat bijvoorbeeld in de radiotechniek heel ver is ontwikkeld. Daarbij gaat het model er vanuit dat er tussen mensen geen communicatie is, maar dat die communicatie tot stand moet komen. Om een ander te bereiken moet een mens iets doen, hij moet de verbinding maken. Hier is de vraag, wat moet ik doen om de communicatie te verbeteren, aan de orde.


Het participatiemodel

Dit gaat van het tegenovergestelde uit: er is verbinding, zolang een mens zich niet afsluit. Dus: er ís verbinding, die hoeft hij niet te maken.


Deze geheel andere opvatting, die we bijvoorbeeld kennen uit de oosterse filosofie, volgt het model van de participatie; mensen maken deel uit van één grote kosmische verbondenheid. Normaliter héb je gevoel voor de/het andere(n) om je heen, tenzij blijkt dat het er niet is. Vanuit die gedachte kun je zeggen dat een mens blijkbaar iets moet doen om contact te voorkomen. Deze gedachte gaat ervan uit dat er altijd verbondenheid, consensus ís, tenzij een mens iets doet om ervoor te zorgen dat het er niet of minder is. Uitgaande van het participatiemodel luidt de vraag: wat doe ik zodat de communicatie wordt belemmerd?

Interactiedynamiek

Het individu verkeert voortdurend in een krachtenveld. Dit krachtenveld kenmerkt zich door vier polen. Er is sprake van een polariteit tussen isolatie, (zich onderscheiden van de ander), en verbinding (samen zijn). Tevens is er sprake van een polariteit tussen invloed uitoefenen vanuit een zichzelf ervaren als krachtig of vanuit een zichzelf ervaren als onmachtig. Door zijn leven en door de dag heen, beweegt het individu zich binnen dit krachtenveld van isolatie, zich krachtig voelen, verbinding en onmacht. Daarbij neigt ieder mens naar een voorkeurspositie, die ook afhankelijk is van de voorkeurspositie van anderen in de interactie.

Het individuele grondpatroon dat elk mens eigen is

De mens ontwikkelt in de loop van zijn leven een grondpatroon: een kenmerkende wijze van omgaan met zichzelf en de wereld, die primair gevormd wordt door zijn emotionele aansturing (de eigen stijl van voelen) in wisselwerking met een eigen stijl in denken en in handelen. Enerzijds vertegenwoordigt een grondpatroon de talenten en kwaliteiten van het individu, anderzijds kan het leiden tot beperkingen en vast lopen. De ontwikkeling stagneert dan. Het vermogen om adequaat met diverse situaties om te gaan neemt dan af, wordt eenzijdiger, minder flexibel. Om dit grondpatroon te verbreden is inzicht belangrijk. Inzicht kan zich vormen door stil te staan bij waarnemingen. Daarbij is het belangrijk om onderscheid te maken tussen feitelijke waarnemingen, eigen beleving en interpretatie. Het individu krijgt daarmee zicht op de kleuring van de eigen waarneming, waardoor er meer keuzes mogelijk zijn voor zijn reactie op situaties. Inzicht en bewustwording maken de weg vrij voor verdere ontwikkeling.

De samenhang tussen voelen, denken en handelen

Synergos gaat er vanuit dat tasten, voelen en gevoelens een belangrijke basis vormen voor ons bestaan. In de begeleiding staan we dan ook regelmatig stil bij wat een mens voelt en hoe hij zich voelt. In onze maatschappij wordt doorgaans aan handelen en denken een grotere waarde toegekend dan aan het gevoel. Wij houden ons bezig met de relatie tussen handelen, denken en voelen en de balans daartussen. Elk mens is een uniek samen gaan van voelen, denken en handelen. Enerzijds benadrukken en voeden we de specifieke kwaliteiten en mogelijkheden. Anderzijds onderzoeken we de wijze waarop mensen zichzelf beperken. Een unieke stijl waarin voelen, denken en handelen elkaar en wederzijds beïnvloeden: denken beïnvloedt voelen en voelen beïnvloedt denken enzovoorts. Derhalve spelen waarneming, balans, aanraken (voelen), gesprek (denken), oefenvormen (handelen) een basale rol in menselijke ontwikkeling.

Het bestaan in het hier en nu

Haptonomie gaat uit van een voortgaand ontwikkelingsproces. Het vertrekpunt is het hier en nu. Het verleden, voor, tijdens en na de geboorte heeft gemaakt hoe een mens hier nu is. Zijn geschiedenis staat vast. Het hier en nu geeft mogelijkheden en kansen voor de toekomst: bijleren, nuanceren en completeren.

SYNERGOSVISIE: UITGANGSPUNTEN HAPTONOMISCHE BEGELEIDING

Synergos is een opleidingsinstituut met een eigen visie op persoonlijke ontwikkeling. Het basisjaar is gericht op de betekenis van haptonomie voor het dagelijks leven van de student. Daarna kan de student een opleiding volgen tot begeleider vanuit de haptonomische wetenschap. In de laatste fase van de studie kan de student kiezen voor een specialisatie naar ontwikkelingsgericht begeleider algemeen (haptonoom), ontwikkelingsgericht naar het bedrijfsleven (trainer/coach) en/of ontwikkelingsgericht naar therapeutische situaties (haptotherapeut).


De te hanteren principes ten aanzien van begeleiding en therapie:

Haptonomische begeleiding is altijd ontwikkelingsgericht, ongeacht de hulpvraag. Of het gaat om klachten op gebied van gezondheid en psychosomatische klachten of dat het gaat om persoonlijk functioneren in diverse sociaal maatschappelijke omstandigheden.


De begeleiding is gericht op het persoonlijk welzijn ten aanzien van voelen, denken en handelen.

Het werkveld van de haptonomische begeleiding omvat diverse terreinen: gezondheidszorg, gezin en relatie, jeugdzorg, onderwijs, groepen en teams, management en organisatie, begeleiding met betrekking tot verschillende levensfasen zoals zwangerschap, geboorte, opvoeding, adolescentie, volwassenheid, ouderdom en naderend levenseinde.


De haptonomische begeleiding kan worden ingezet ten aanzien van:

o functioneringsvragen individueel of teamgericht op het gebied van werk en organisatie (haptonomisch trainer/coach),

o ontwikkelingsvragen ten aanzien van persoonlijk functioneren en relaties (haptonoom/haptonomisch counselor),

o disfunctioneren op het gebied van lichamelijke, emotionele en psychische klachten (haptotherapeut).

Basis voor de begeleiding


De kracht van de haptonomie: een individu kan zich niet onttrekken aan de invloed van de wereld om zich heen. Bestaan is omgaan met anderen. Binnen de begeleiding maken we daar gebruik van. Het voelende vermogen van de begeleider en diens vermogen tot affectieve verbinding dienen als de basis van de begeleiding. De interactie met de begeleider geeft de cliënt de mogelijkheid om zicht te krijgen op het eigen grondpatroon en de mogelijkheden en de beperkingen daarvan.


De begeleiding richt zich op lijfelijke en emotionele bewustwording van de invloed

  • die de mens zelf heeft op zijn omstandigheden en zijn eigen invloed op hoe hij zich daarbij voelt.
  • die de omgeving op hem heeft en de consequenties daarvan voor zijn beleving en welbevinden.
  • van interactiedynamiek op zijn voelen, denken en handelen.

De begeleiding maakt bewust van kwaliteiten, mogelijkheden, remmingen en beperkingen.

De begeleiding richt zich op de mogelijkheden die er zijn om verder te ontwikkelen als individu in relatie met de omgeving en anderen.

Doordat de cliënt zicht krijgt op zijn emotionele aansturing en gevoel krijgt voor de invloed die hij/zij zelf heeft, kan hij/zij zijn eigen ontwikkeling bewust en zelfstandig vorm geven.

De begeleiding verloopt cyclisch: lijfelijke en emotionele bewustwording, herkenning, erkenning, ontwikkeling, training, integratie en weer opnieuw bewustwording etc. deze fasen keren steeds weer terug op het gebied van handelen, voelen en denken.

De begeleiding vindt plaats in een sfeer van ruimte en acceptatie die mogelijk maakt dat de cliënt er mag zijn met al zijn eigenaardigheden.

Voorwaarden voor de begeleider


  • De begeleider heeft zich het PTP-principe (Present, Transparant en Prudent) eigen gemaakt. Present is aanwezig. Transparant is doorzichtig. Prudent is zorgvuldig.
  • De begeleider zorgt er voor dat de cliënt zich uitgenodigd en gesteund kan voelen
  • De begeleider heeft een attitude die in de basis altijd ten diensten staat van het ontwikkelingsproces van de cliënt.
  • De begeleider heeft zicht op eigen stijl en de flexibiliteit en de beperkingen daarvan.
  • De begeleider heeft de vaardigheid om in stijl te variëren.
  • De begeleider is in staat om vrij om te kunnen gaan met eigen gevoelens ten behoeve van het proces van de cliënt.
  • De begeleider is in staat om gedurende de hele behandelsessie zicht te houden op de interactiedynamiek tussen cliënt en begeleider en deze leidend te laten zijn in de aansturing van de begeleiding cq behandeling.
  • De begeleider heeft zicht op zijn eigen welzijn en het onderhouden daarvan.
  • De begeleider is zich bewust van eigen beperkingen in kennis en vaardigheden en kan op grond daarvan ander hulpverleners betrekken bij de begeleiding, dan wel doorverwijzen naar andere hulpverleners.
  •  Overige randvoorwaarden ten aanzien van staat van ontwikkeling, kennis en vaardigheden staan vermeld in het beroepsprofiel van de haptotherapeut.

Diagnostiek en interventieopties.

Haptonomische begeleiding en therapie zijn ambachten, waarin een therapeut/begeleider zich uitgebreid oefent in timing, maatvoering en afstemming vanuit ervaring en kunde. De opleiding is toegespitst op bekwaamheid. Wij werken met een aantal theoretische modellen als ondersteuning voor ambachtelijke vaardigheden.


Vertrekpunten ten aanzien van de aanvang van de begeleiding.

In het ontwikkelingsproces worden verschillende fasen onderscheiden: sedatie (indien nodig); bewustwording; training en integratie. Allen op het gebied van voelen, denken en handelen. Men dient dit te zien als een circulair proces in verdiepende en/of verbredende zin.

In de eerste drie bijeenkomsten wordt naast de intake, het haptonomisch drieluik aangeboden, ter introductie van de werkwijze van de therapeut. 


Tevens dient het haptonomisch drieluik ter informatie van de therapeut over de cliënt.


In het eerste deel van het drieluik ervaart de cliënt dat hij zich meer of minder bewust kan zijn van het gevoel dat hij heeft voor zichzelf en/of zijn omgeving. Dit heeft consequenties voor de manier waarop hij zichzelf en zijn omgeving ervaart. Aanspreken op dit bewustzijn heeft invloed op de belastbaarheid van de cliënt.


In het tweede deel van het drieluik ervaart de cliënt, dat de omgeving invloed heeft op hoe hij zich voelt.


Het derde deel van het drieluik staat in het teken van bewustwording van de wederzijdse beïnvloeding in ontmoeting.


Deze fenomenen van het haptonomisch drieluik kunnen in diverse fasen van de begeleiding therapeutisch worden ingezet.


Vertrekpunten ten behoeve van de diagnostiek. 

In haptonomische diagnostiek wordt gekeken naar de onderlinge samenhang tussen: voelen, denken en handelen als basis en hoe dat invloed heeft op terreinen als: interactie, conflicten, waarnemen, realiteitszin, zelfbepaling, leerstijl, gedrag etc. Het theoretisch werkmodel hiervoor is de emotiecirkel zoals we deze bij Synergos ontwikkeld hebben. De emotiecirkel wordt in verband gebracht met voelen, denken en handelen en vormt daarmee een complex geheel van krachtenvelden die elkaar wederzijds beïnvloeden. Interactiedynamiek tussen begeleider en cliënt is een belangrijk instrument in de begeleiding.


Vertrekpunten ten aanzien van therapie en begeleiding. 

De begeleider formuleert subdoelen voor de haptonomische begeleiding, zoals: kracht, ruimte, emoties, stilte, nabijheid, spanning, beperking, pijn en kwaliteiten. Deze subdoelen dienen als doelstelling voor werkvormen in gesprek, aanraken en oefenvormen.


De ervaringen in de begeleidingssessies worden door cliënt, eventueel met hulp van de begeleider, vertaald naar dagelijkse situaties. Hierdoor kan ook de relatie met de oorspronkelijke hulpvraag verduidelijkt worden. Theoretische modellen zoals de synergoscirkels, het therapie – en interventie schema en het haptonomisch drieluik dienen als leidraad bij de begeleiding.