arrow_drop_up arrow_drop_down
13 januari 2020 

Casus burn-out, door Rens van der Hout

Frank is een ‘boom van een vent’, groot, breed, sportief. Hij belde of hij langs kon komen voor een afspraak omdat hij last had van spanning en, oh ja, hij voelde dat hij nog steeds uit balans was.

Hij had een traject van zo’n negen maanden achter de rug met een psycholoog, was al negen maanden niet op zijn werk geweest en wilde nu wel weer eens aan de slag, dat werd ook tijd; in de twaalf jaar dat hij daar werkte was hij nog nooit ziek thuis geweest.

“Ik ga volgende week voor het eerst weer naar mijn werk, koffie drinken, dat moet van de bedrijfsarts. Maar het moet gek gaan wil ik ook niet wat kunnen doen”. Mijn alarm gaat over, en ik vraag hem hoelang hij zichzelf geeft om weer volledig aan de slag te gaan. Hij wil starten met halve dagen, dan kan hij er weer in komen. Als dat de hele week lukt, dan maximaal 2 weken en dan 6 uur en door naar 8. Hij geeft zichzelf een maand om weer in zijn oude job te groeien. Ik wil zijn enthousiasme niet direct remmen en besluit om te zien wat er gebeurt als hij op de bank ligt. Ik zie dat hij voor op zijn stoel zit, bovenlijf naar voren, klaar om op te staan als ik maar een seintje geef.

Het heeft allemaal te maken met het nieuwe systeem dat ingevoerd werd op de werkvloer. Hij runt een groot magazijn van een autobedrijf. Als je iets nodig hebt kan Frank het regelen op de snelste manier, hij ziet vaak hoe de ‘jongens’ tijd tekort komen en springt dan bij. Ze laten trouwens wel alle oude spullen rondslingeren, en daar had hij toch een mooie plank voor vrijgehouden. Kon hij eventueel spul wat terug moest gelijk sorteren. Het vraagt wat om ze achter hun broek te zitten, maar als het allemaal loopt zoals hij graag ziet, gaat hij tevreden naar huis. En toen vroegen ze hem of hij het andere magazijn ook wilde organiseren. Hij had er alles ingestopt wat hij had, maar het was hem niet gelukt, thuis werd het er ook niet beter op want zijn vrouw had er geen begrip voor dat hij afgedraaid thuis kwam, geen tijd meer had om de kinderen op school af te zetten.

Op de bank ervaart hij verschil in spanning als hij zijn gerichtheid verandert. Je kunt je meer op je omgeving richten en meer op jezelf. Zich op de omgeving richten herkent hij direct. De mensen in de werkplaats zijn een constante bron van aandacht, hij draait graag in het team mee, en kan over het algemeen ook goed met zijn kids overweg. Ik merk dat hij heel gemakkelijk gevoel voor mij ontwikkelt, maar hij lijkt dat ten koste van zijn eigen ruimte te doen. Hij wil ook graag verklaren, zegt minder te schrikken als hij weet wat er komt. Dat blijkt anders als hij zich op mijn verzoek helemaal op zichzelf richt, alleen maar Frank. Alle spanning blijkt terug, misschien zelfs nog iets meer dan bij de eerste aanraking. Hij komt tot de ontdekking dat hij erg veel op kracht doet en zijn gevoel voor zichzelf wel heel snel parkeert.

Wanneer hij zich aankleedt maakt hij een snelle beweging om zijn onbalans te herstellen. Opnieuw die hoge spanning die snel ontstaat. Hij verzacht weer tijdens de nabespreking en oefent om meer gevoel voor zijn stoel te krijgen waardoor hij wat inzakt, beetje meer achterin de stoel gaat zitten.

We bespreken hoe hij zich tot zijn omgeving verhoudt en hoe dit op de bank tot uiting komt. Hij is verwonderd over de spanningsverschillen en hoe hij daar blijkbaar invloed op kan uitoefenen.

Als hij een week later binnenkomt, de dag na zijn koffierondje op de zaak, zie ik aan zijn mimiek dat het niet zo’n beste kennismaking is geweest. Hoofd een beetje voorover, hij duwt zijn onderlip een beetje vooruit en zijn ogen zijn wat omlaag gericht. “Het was een drama” zijn zijn eerste woorden. “Ik kreeg al kotsneigingen toen ik naar de deur liep. Thuis was er nog niets aan de hand en hoe dichterbij ik kwam, hoe erger het werd”. Hij was nog naar binnen gegaan, had wat collega’s een hand gegeven en wilde per se even in het magazijn kijken. Daar had hij spijt van, hoe hadden ze er zo’n puinhoop van kunnen maken, om te janken.

Hij heeft de afgelopen week zijn vermoeidheid gebruikt om dingen in huis voor zich uit te schuiven; “Ik ben nog niet goed.”

We doen een rondje druk op de bank en ik kan hem er bijna vanaf drukken voor er bij hem een alarm overgaat. ‘Nee zeggen’ uit zichzelf is een dingetje waar hij niet zo goed in is. Als we kijken hoe hij met druk omgaat, laat hij, net als vorige week, de wereld op zich afstormen en probeert dat op vermogen te verwerken. Dat vermogen is op, stellen we vast. Net als bij fietsen, je zit in de hoogste versnelling en je kunt niet meer doorschakelen, en terugschakelen is geen optie.

De sessie erna doen we deel II, een werkvorm waarbij de betrokkene ervaart dat de omgeving invloed heeft, terwijl hij zelf niets doet. Hij ervaart meer van zijn benen, die aangeraakt worden, en ook van zijn lijf. Eigenlijk wil hij blijven liggen, dit heeft hij lang niet gevoeld.

Ik introduceer het ‘hardloop schema’. Een schema waarbij je jezelf maximaal 8 minuten belast, je een commitment aangaat voor de regelmaat van oefenen en de consequenties die het heeft als je het niet doet. Hij is er vrij schamper over, 8 minuten. Ja, en “stoppen als je je voor die 8 minuten al moe voelt, niet doordrukken”, zeg ik. Ik geef hem het papier mee, hij gniffelt een beetje, 8 minuten? “Doen of niet?” vraag ik. Hij gaat ervoor.

Een week later is hij enthousiast, niet over het lopen, maar dat hij heeft ontdekt dat van alles invloed op hem heeft. Hij maakt er bijna een sport van en maakt aantekeningen wanneer hij ‘scoort’ dat de omgeving invloed heeft.

Vandaag een beetje beweging? Ik stel voor dat hij balans zoekt op een zitbal van 75 cm, met zijn voeten van de grond. Hij maakt de bal zowat vierkant, zo hard knijpt hij met zijn benen de bal vast. Wat een krachtinzet om controle te houden, hij vergeet bijna te ademen en als hij het doet, dan is het minimaal.
We maken een vertaalslag naar hoe hij tegen zijn werk aankijkt, hoe hij aan beeldvorming doet over hoe iets moet. Hoe je alles in je hoofd van te voren kunt bedenken en hoe het dan kan ‘mislukken’. Niet hoe het kan, maar hoe het moet. Hoe beperkend dat kan zijn in zijn vrijheid. Frank heeft met tussenpozen op de bal gezeten, maar een keer kwam hij binnen met een verhaal en toen hij uitgesproken was zei hij: “De bal zeker (4e keer). Ik probeer het verhaal nog een keer te vertellen”. Zijn eigen beweging en de manier waarop hij zijn balans organiseerde ervarend, werd het een ander verhaal.

Het hardloopschema was aan het groeien, hij herkende zijn eigen grenzen steeds meer. Die aangeven was op zijn werk (na 3 maanden was hij met 2 uur per dag, eerst 2 en daarna 3 dagen per week begonnen) ging steeds beter. Thuis werd zijn lontje ook steeds langer zei hij lachend. Zijn vrouw moest wennen aan zijn ‘nee’, en was verwonderd dat een opgehangen plank niet helemaal waterpas hing en hij er toch tevreden over was. De collega’s wenden bij terugkomst aan zijn aansporingen om zelf hun zaken op te ruimen en instructie over het bestelsysteem leidde tot ruimte voor Frank om zelf ook in de bedrijfskantine met de koffie aanwezig te zijn en daarvan te kunnen genieten.

Na de eerste 3 maanden werden zijn fysieke sensaties als trillende benen en onrustige gevoelens door zijn lijf langzaam minder. Zijn bewustwording van de samenhang tussen denken, voelen en handelen heeft tot een andere werkelijkheid geleid. Hij heeft zelf een zitbal gekocht en is ander gedrag uitproberen als de uitdaging in zijn leven gaan zien. Een extra spoor noemt hij het. De laatste sessie zei hij: “Alles lijkt op groen te staan, de spullen worden op het werk en thuis opgeruimd. Ik geef af en toe een presentatie over hoe ik het graag zie en ben daar duidelijk in, maar niet meer obsessief.” “Een jaar over dit traject doen, om weer vol in mijn vermogen te komen, dat had ik nooit kunnen bedenken”, zegt hij lachend.

We spreken af dat, mocht hij ergens tegenaan lopen of een terugval krijgen, hij altijd welkom is.

Rens, beschrijver van deze casus:

‘De eerste 21 jaar van mijn werkzame leven heb ik gewerkt bij Defensie. In eigen tijd een studie gevolgd in kinesiologie. Toen ik in de afrondende fase stage liep bij een Manueel/Haptotherapeut, werd ik besmet met het haptonomische virus en ben er nooit meer afgekomen. Nu begeleid ik mensen in mijn praktijk waarin bewustwording en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen handelen, centraal staan. Ik hou en geniet van de interactie die ik met mensen heb, privé of in de werksfeer. Transparantie en goede communicatie dragen voor mij bij aan een betere wereld’.

Liefs Rens
Rens heeft een praktijk in Assen
http://www.haptonomie-sowelu.nl/

Over de schrijver
Cynthia van den Maagdenberg
Door

Cynthia van den Maagdenberg

op 28 January 2020

Mooie beschrijving van de casus; interessant om te lezen Rens! Bedankt voor het delen hiervan. En prachtig hoe dit traject verlopen is!

Reactie plaatsen

Cookie gebruik