arrow_drop_up arrow_drop_down
7 augustus 2020 

Corona, contact met zonder handen. Door Marguerite van de Poll

Wat een verzamelbak dat woord contact. Ik worstel ermee, met het woord en met de daad. Vanuit de media krijg ik vooral de boodschap dat contact verboden is, immers thuisblijven en zo niet dan flinke afstand van elkaar houden. Voor mij gaat contact echter over iets anders: “Tante, we kunnen toch ook met zonder handen contact maken?”

‘Ik associeer contact met geraakt worden’.
Geen contact met ouders, grootouders, kleinkinderen. Hoezo géén contact? Wat is er wel en wat gebeurt er met ons?
Het valt mij op dat veel mensen op straat (inclusief ikzelf) zich meer dan ooit bewust zijn van anderen. Bij velen leeft het ruimte-besef, gerelateerd aan 1,5 meter, en wat te denken van het kijken naar/checken van mondkapjes. Ik geloof zo maar dat we meer oog voor elkaar hebben. Mij persoonlijk treft het om mensen dicht bij elkaar te zien lopen: “oh, die wonen samen (of ze zijn ‘stout’)”. Je krijgt als het ware een kijkje achter de schermen. Maar wat is nou dat ‘geen contact’?

Tijdens mijn eerste kennismakingsavond met haptonomie hoorde ik: je kunt niet geen-contact maken als je met iemand bent. Waarover gaat dat contact dan waarover men nu niet uitgesproken raakt?

Internet staat vol betekenissen. Het woord komt van com + tactus (Latijn): samen aanraken. Aha, samen aanraken is nu op grote schaal verboden. Maar ja, als ik bijvoorbeeld kijk naar contactslot, contactberoepen, ‘we houden contact’, oogcontact en contactgegevens dan is de letterlijke aanraking niet steeds aan de orde.
Toch resoneert die omschrijving bij me, ik associeer contact namelijk met geraakt worden; als ik contact heb voel ik me geraakt. Uhmm, hoe zat dat dan, toen ik me laatst ergerde aan het gedrag van mensen in de tram? Zij namen het niet zo nauw met de mondkapjes en de afstandsregel. Zij raakten me duidelijk, hadden wij contact? Zo voelde dat niet… ik kan die stelling dus in ieder geval niet omdraaien.

Sociaal contact
Gaat het dan om het sociale contact, het daarin geraakt worden? Ik zonder mij fysiek vergaand af in deze periode, toch ben ik tijdens momenten geraakt geweest, via de telefoon, via beeldbellen, via mails en via WhatsApp. (Ik ben overigens verbaasd over de ‘ontdekking’ die mensen hebben dat je via beeldbellen geraakt kunt worden: ik zit geregeld aangedaan bij een film of documentaire en dat is niet eens persoonlijk op mij afgestemd.) Neemt niet weg dat het sociale contact nu tot op zekere hoogte ontbeerd wordt. We mogen sommige dierbaren helemaal niet zien, mogen minder bij elkaar over de vloer en al helemaal niet met grote groepen samen zijn. Die dynamieken missen we.
Ook ik mis dat, ja de knuffels met mijn neefje en nichtje, maar zeker ook het dicht bij ze op de bank zitten: ‘nothing beats live contact’.

Naast mijn behoefte aan sociaal contact heb ik behoefte aan het gevoel van verbinding. Is dat dan een ingang? Missen wij dat nu met zijn allen? Heeft het te maken met afstemming, gevoel hebben voor elkaar, contact maken met de mens (en niet met zijn of haar lichaam)? Als dat zo is, waarom voelen we ons daarin nu dan beperkt?

Gevoel houden voor je omgeving
Die 1,5-meter-regels doen iets met me, ik moest mezelf opnieuw uitvinden. Merkte dat ik door mijn focus op de fysieke afstand ook mijn gevoel afsloot voor mensen die in mijn buurt kwamen. Ik verkrampte daardoor, werd alert, nam mijn ruimte niet in en ontweek het liefst die situaties waarbij ik veel moest opletten, vervelend en vermoeiend! Dat laatste doe ik tot op de dag van vandaag. Wel heb ik mezelf opnieuw uitgevonden, me bewust van de haptonomische principes. Ik trek mijn gevoel niet meer terug als ik anderen als dreiging zie, ik ben nog steeds alert, maar het voelt nu relaxter! Dus ja, gevoel houden voor de ruimte lijkt een rol te spelen.
Ik ervaar daarbij twee beperkingen: doorvoelen is voor mij lastiger op grotere afstand en bovendien ben ik steeds aan het denken om mijn spontane, natuurlijke bewegingen zo nodig te kunnen remmen. Hierdoor bereik ik niet de balans die ik nodig heb voor de verbinding die ik zoek. De beweging gaat er dan ook letterlijk uit bij mij. Daarbij komt dat het mij voor verbinding maken helpt, als ik direct wordt aangesproken, dus fysiek contact ervaar. Al met al resulteert dit voor mij in een gemis van fysieke nabijheid in combinatie met verbinding, het bewust, voelend op elkaar gericht zijn: die rust, natuurlijkheid, volheid en veiligheid, dat tijdloze en dat rijke gevoel van ‘samen’.
Met de haptonomische tools die ik heb, kom ik wel verder. Door me bewust te zijn van wat ik doe en manieren in te zetten om op zo’n moment lijflijker/voelender te worden; door in ieder geval voldoende fysiek contact met mezélf te hebben.
Het leven zonder Corona en met aanraking en fysieke nabijheid is rijker en mooier, dat zeker. Maar er is dus best wat mogelijk om op terug te vallen in tijden van schaarste.

De verschillende kanten van de Corona-medaille
Als positieve aspecten komen (bij sommigen) naar voren: rust, kalmte, het gevoel van tijd hebben, geen haast, berusting, op een andere manier tijd voor elkaar: video-bellen en meer gesprekjes op straat. Maar de angst voor gezondheid, de afname van economisch welzijn, de verminderde vrijheid hebben ook hun impact. Zekerheden storten als een kaartenhuis in, we worden met zijn allen op het feit gedrukt dat plannen maken niet zinvol is, de toekomst is immers behoorlijk ongewis. De illusie van het maakbare gaat voor een groot deel in rook op. Rest ons eigenlijk om in het hier en nu te blijven. Echter, zonder toekomstvisie en planning dreigen heel wat zaken mis te gaan, dat zijn immers wel enkele van de pijlers waarop onze maatschappij is gebouwd. En dan, als we toevlucht tot elkaar willen zoeken, is contact maar beperkt mogelijk. Hoe gaan we daarmee om?

Eén van de gevolgen lijkt een toename van huiselijk geweld te zijn. We weten het, als je systeem onder druk staat, speelt je grondpatroon extra op.
Ik lees en zie via de media dat op grotere schaal saamhorigheid ontstaat door deze crisis, een vorm van verbondenheid die toeneemt. Ik zie ook polarisatie optreden, dat bijvoorbeeld voorstanders van de maatregelen zich gevoelsmatig afsluiten van de tegenstanders en vice versa. Frustratie, onbegrip, verongelijktheid, angst, boosheid en verdriet zijn ongetwijfeld volop en in versterkte mate aanwezig.
En – wie kan er omheen – er is ruime aandacht voor contact, eenzaamheid en ‘huidhonger’, al wordt dat begrip anders gebruikt dan toen het werd geïntroduceerd. Deze onderwerpen vormen nu naast gezondheid en economisch welzijn de kernbegrippen van het wereldtoneel.

‘Het is aan Haptonomisch Nederland om de weg te belichten’.
Kan haptonomie een rol spelen? Dat lijkt me wel! Er reageren er vast meer zoals ik: me in eerste instantie terugtrekkend, me meer isolerend en uit het contact houdend dan nodig is met alle ongewenste (sociale) gevolgen van dien. Zoals ik merkte dat mijn haptonomisch inzicht mij hierbij kan helpen, zo zullen haptotherapeuten en haptonomen velen van dienst kunnen zijn bij het maken van contact met hunzelf, met de situatie en met de mensen om hen heen, waardoor meer flexibiliteit en draagvermogen ontstaat, in tijden van Corona, maar ook daarbuiten. Haptonomen zijn immers gespecialiseerd in contact en dat gaat er niet over een ‘aanraak-pil’ te zijn, blijft bovendien niet beperkt tot fysieke aanraking. Neemt niet weg dat het een prachtige opsteker is dat door de huidige aandacht voor het belang van fysieke aanraking de weg naar de haptotherapeut voor velen veel vanzelfsprekender zal zijn. Het is nu aan haptonomisch Nederland om die weg meer te belichten, zodat hij ook makkelijk te vinden is. We kunnen aansluiten bij de belevingen en behoeftes die er zijn in dit ogenschijnlijk noodgedwongen contactarme tijdperk en aangeven in hoeverre mensen zichzelf kunnen helpen en kunnen groeien met behulp van een haptotherapeutisch traject.

Treedt er verandering op in ons?
Los van deze mogelijke resultaten van therapie, vraag ik me af of we hieraan gaan wennen. Passen onze systemen zich automatisch aan zodat we minder zullen verlangen? Niet door ons murw of minder behoevend te maken, maar door ons te scherpen in onze mogelijkheden, ons verder te specialiseren? Wordt het steeds natuurlijker om op 1,5 meter afstand van elkaar te functioneren? Hoeven we daar op den duur minder over na te denken en rekt bijvoorbeeld ons vermogen tot gevoel houden voor de ruimte op met de omstandigheden waarin we verkeren? En wat als we dan weer nabij mogen komen (en oh, hoe verlang ik daarnaar en heb ik weerstand tegen het begrip het ‘nieuwe normaal’)? Ervaren we 50 centimeter dan veel intenser dan we voor Corona deden? Wat ik in ieder geval al zie, is dat veel mensen zich bewuster zijn van andere mensen om zich heen. Zou zich daarbij ook een automatisch proces voltrekken van eerst (overmatige) alertheid, naar een nieuwe status quo waarin die betrokkenheid op anderen groter is? Interessante en complexe vraagstukken tegen het licht van deze mondiale real life ‘oefening’, toch?
Worden wij hierdoor automatisch steeds beter in het contact met zonder handen?

Marguerite

Over de schrijver
Reactie plaatsen

Cookie gebruik