Open lesavond 30 januari 2019
Klik hier voor meer informatie

Page content

article content

Dichtbij ‘ver heen’, door Marguerite van de Poll

Het laatste bezoek aan mijn tante, nu 15 jaar geleden. Deze wonderlijke ontmoeting zal me mijn hele leven bijblijven.

Jammer wel, dat het ver voor mijn haptonomisch tijdperk was en ik toen nog veel minder bewustzijn had van contact en voelen.

Ik heb net ‘mijn’ laatste patiënt met bed en al teruggebracht naar haar kamer, mijn werk als vrijwilligster in het ziekenhuis zit er op voor die dag. Sinds kort weet ik dat mijn tante ook in dat ziekenhuis is, op de ‘Schakelafdeling’. Zij wacht daar al een veel te lange tijd op een plek in het verpleeghuis, want thuis wonen was niet meer mogelijk vanwege haar verregaande dementie. Ik besluit haar een bezoek te brengen.

Ik begeef me naar de gesloten afdeling en kom uit bij de kamer waar mijn tante zou zijn. Ik open de deur en schrik; hier was ik niet op voorbereid. Mijn tante? Is dit de aantrekkelijke, altijd tot in de puntjes verzorgde vrouw, met haar zorgvuldig gekapte blonde haren? Dat wil zeggen, zij had een paar levensechte pruiken (waarvan ik er één had mogen lenen toen ik chemokuren onderging – maar geen haar op mijn kale hoofd dacht er toen over om dat te doen). Daar waar ooit haar mooie kapsel haar hoofd sierde, is er nu nauwelijks meer dan een vlies om haar schedel, grijze haren die eindigen in een lange, sliertige paardenstaart. Nog meer geschokt ben ik als ik zie dat ze aan haar stoel is vastgebonden. Ik begroet haar met tante en haar naam, zoals ik dat gewend was te doen en voor de zekerheid zeg ik wie ik ben. Geen reactie, maar dat verwondert me eigenlijk niet eens. Vanaf het moment dat ik de kamer was binnengekomen, waar zij in haar eentje plompverloren op een gekke plek in de ruimte zat, had ik nog geen enkel teken van bewustzijn gezien. Wat nu? Ik schuif een stoel naast haar en ga bij haar zitten, leg mijn hand op de hare en praat een beetje over koetjes en kalfjes. Ik merk aan niets, maar dan ook werkelijk aan niets dat ze mijn aanwezigheid opmerkt, geen beweging, geen geluid, niets. En steeds maar die holle, doodse blik van ogen die niet lijken te zien.

Na een moeilijke minuut of 5, waarin ik tevergeefs blijf hopen dat ik enig signaal krijg, besluit ik dat ik weg mag, dat ik hier niets meer kan betekenen. Ik overwin me een beetje om haar een zoen op haar wang te geven en zeg mijn tante gedag. Bij de deur aangekomen, ongeveer zes stappen van haar verwijderd, hoor ik achter me een kreet slaken. Wat? Ik kijk om en het woordenloze gekreet herhaalt zich, enorm vervreemdend, want verder zie ik nog steeds geen expressie of iets dat ik herken als passend bij een levend mens. Ik kan het roepen(?) echter niet negeren en keer naar mijn tante terug. Zij laat zich niet meer horen en opnieuw voltrekt zich een vergelijkbaar ‘samenzijn’. Een woord waarvan ik me afvraag of dat hier wel op zijn plaats is. Haar veelzeggende uitdrukkingsloosheid verraadt niets van een bewustzijn. Ik voel me ongemakkelijk en vraag me af wat er zich binnen dit uitgeteerde lijf en hoofd afspeelt. Zij oogt zo kwetsbaar en tegelijk schijnt ze onaantastbaar. Lijdt ze, heeft ze enig besef van haar situatie, wat ervaart ze fysiek?
Het is raar voor mij om daar te zijn, want tegelijkertijd heb ik het gevoel er niet te zijn, omdat er iemand naast me zit die mij op geen enkele manier spiegelt. 5 zoekende minuten lang, zonder iets te vinden blijf ik, en dan sta ik op om nu dan echt te vertrekken. Geloof het of niet, hetzelfde speelt zich af, zodra ik bij de deur ben zijn er die kreten.

En weer kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om de deur te openen en mijn tante daar achter te laten. Ik loop naar haar toe, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat haar geluid en mijn vertrek met elkaar te maken hebben. Maar…. “Wat wil je dan van me”, vraag ik me bijna radeloos af, terwijl ik haar in haar ogen kijk, ogen die mij niet lijken te zien, ogen waardoor helemaal niets naar binnen lijkt te komen en in ieder geval voor mij niets zichtbaar naar buiten gaat. Ik word verdrietig en weet het niet…. tot ik opeens een ingeving krijg. Ik veer op en volg hem, ik moet toch íets! Mijn tante is een diepgelovige katholieke vrouw, nu tien jaar weduwe. Zij heeft me een aantal jaren terug laten weten dat ze mijn oom enorm mist en liever had dat ze dood was. Dat gun ik haar: sterven! Ik vraag of ze dood wil en spreek die harde woorden zacht en liefdevol uit, natuurlijk komt er geen reactie van haar, daar reken ik inmiddels niet meer op. Zelf vul ik het verhaaltje in, dat het niet erg is om dood te willen, dat ik dat van haar ook heel goed snap en dat dat mag als je zo oud bent en in deze omstandigheden verkeert. Ik zeg tegen haar dat ik hoop dat ze niet bang is om te sterven en, vanuit haar geloof, zeg ik haar dat Onze Lieve Heertje het goed vindt en haar zal verwelkomen en dat ook mijn oom op haar wacht en dat ze een vreugdevol weerzien zullen hebben. Ik schrik van mijn stelligheid, maar voel dat het goed is wat ik doe. Terwijl ik dit schrijf komen de tranen weer in mijn ogen, want….. het ongelooflijke gebeurt, mijn tante kijkt me aan, ja heus, haar blik verandert en heel even, een seconde of 15 heb ik het gevoel dat ze me ziet. Dan keert ze weer terug in haar isolement, ogenschijnlijk eindeloos ver heen en ver weg, onbereikbaar. Maar even, als bij toverslag, die nabijheid, die onuitgesproken verbinding, heeft ze gesnapt wat ik tegen haar zei? Heeft dat iets in haar geraakt? Ik blijf nog even in stilte bij haar, geef haar een zoen en sta op. Dit keer geen rauwe kreten als ik bij de deur ben. Ik draai me om naar haar en zeg “dag tante, vaarwel”.

Ik loop verstild door de lege ziekenhuisgangen en kan niet bevatten wat er zojuist gebeurde. Ik ben in de war en mijn gevoel slingert tussen afgrijzen van de situatie waarin mijn tante verkeert en dankbaarheid voor dat bovennatuurlijke moment van contact. Ik voel de hoop dat ik haar op een of andere manier heb kunnen geruststellen en laten loslaten.

Nog geen week later ontvang ik haar overlijdensannonce. De dag na mijn bezoek is mijn tante in coma geraakt, zij is niet meer bij bewustzijn geweest en is een paar dagen daarna overleden. De artsen hebben geen verklaring voor haar plotselinge en onverwachte dood. Zij hadden mij die zondag ook laten weten dat mijn tante fysiek in orde was. Haar lijdensweg kon nog wel jaren duren.
En ik? Kippevel. Grote ontroering. Met stomheid geslagen. Deze wonderbaarlijke genezing in de vorm van de verlossende dood is geen toeval…… toch?

 

Comment Section

2 reacties op “Dichtbij ‘ver heen’, door Marguerite van de Poll


Door Iris Jansen op 27 december 2017

Dank Marguerite voor het delen van je bijzondere verhaal. Dat je werkelijk hebt geprobeerd je tante te bereiken en naar je intuitie hebt durven luisteren en handelen.


Door Marguerite van de Poll op 6 maart 2018

Goh Iris, wat mooi om dit van je terug te krijgen, dank! Helaas zie ik nu pas je reactie, vandaar dat ik niet eerder van me liet horen, sorry.

Plaats een reactie


*