arrow_drop_up arrow_drop_down
13 januari 2020 

Jan Tigges over burn-out

Bij een burn-out raken wij emotioneel en fysiek uitgeput en deze ‘aandoening’ heeft een zodanige fysiologische uitwerking op ons lichaam, dat we weinig tot niets meer kunnen presteren. De term burn-out werd begin jaren zeventig voor het eerst gebruikt o.a. door Christina Maslach, zij onderscheidt drie samenhangende verschijnselen:
uitputting (extreme vermoeidheid)
cynisme (afstand hebben van het werk, dan wel de mensen met wie men werkt)
een lager zelfbeeld van de eigen competenties.

Veel cliënten die bij mij onder behandeling komen met burn-out zijn hoger opgeleide en van oorsprong heel sterke en energieke mensen. Burn-out toont zich dus vaak als een energiestoornis. Spanningsklachten als vermoeidheid, slapeloosheid, piekeren en concentratieverlies nemen langzaam toe. Kenmerkend voor een burn-out is de verandering van gedrag (een negatieve houding/snel geprikkeld) verminderde persoonlijke bekwaamheid en emotionele en fysieke uitputting.

In de praktijk
Cliënten noemen vaak te veel stress op het werk en/of in de privésituatie als oorzaken van hun burn-out. Te hoge werkdruk wordt vaak ervaren doordat de cliënt niet meer het gevoel heeft dat hij zelf nog het roer in handen heeft. Hij verliest de autonomie over een deel van zijn eigen (werkend) leven en eigen gedrag. Wat opvalt is dat veel cliënten gedrag vertonen dat zij diep van binnen niet willen, maar toch blijven doen. Prioriteit van hun keuzes ligt vaak bij de inhoud van hun werk, waaraan zij trouw willen blijven. Daar hebben zij zich aan verbonden, dat is hun doel en dat is waarin zij geloven. Ze lijken hun ego afhankelijk te hebben gemaakt van het succes waartoe deze weg moet leiden. Vaak zien we dat burn-out situaties ontstaan vanuit een beginnend arbeidsconflict. Het krachtenveld van de verschillen van inzicht binnen de werkrelatie is heftig en emotioneel aangrijpend.

Na de intake en tijdens de eerste behandelingen krijg je als cliënt meer zicht op je patronen. Wat zijn de krachtige eigenschappen en wat zijn de valkuilen van je grondpatroon? En wat zijn de gevolgen van dit grondpatroon voor de interactie met je collega’s en leidinggevenden? Hoe ga je om met conflicten? Krijgen we zicht op je realiteitszin en hoe neem je de omgeving waar? Autonomie: in welke mate stuur je nog zelf je werksituatie aan of word je geleefd door het krachtenveld van je werk of collega’s? Samen proberen we een beeld te krijgen van deze thema’s, onderverdeeld in accenten binnen het denken, voelen en doen.

De diepte en uitgebreidheid van deze eerste gesprekken vinden plaats op basis van de context en mate van belastbaarheid. Vaak gaan mijn eerste sessies gepaard met een uitleg rondom stressregulatie in het lichaam. Deze psycho-educatie geeft mede inzicht in lichamelijke- en geestelijke reacties rondom stress. Daarnaast kunnen oefeningen t.b.v. zelfregulering in het begin helpen, om het gevoel te krijgen dat je invloed hebt op je eigen lichaamssituatie. Het aanreiken van de haptonomische fenomenen via het 1e en 2e deel, alsmede het in de basis zetten, geven de nodige nieuwe inzichten. Als een cliënt in zijn lichaam het verschil ervaart tussen meer of minder verbonden zijn met de buitenwereld, en hij voelt dat zijn innerlijke gevoelsbeweging hieraan ten grondslag ligt, leidt dit vaak tot verwondering. Ervaren hoe anders de wereld aanvoelt als we ermee in verbinding staan is indrukwekkend. Ontdekken dat je lichaam meer bij machte is om invloed op levens- en werksituaties te hebben geeft hoop.

Vanuit deze ervaring kan ik samen met de cliënt op zoek gaan naar verdere gevoelsontwikkeling. Deze ontwikkeling kan eraan bijdragen dat zijn gevoel weer meer onderdeel wordt van zijn levenskompas. Het gevoel neemt weer een belangrijke rol in bij keuzes maken en richting geven aan zijn leven. (Zelf)vertrouwen neemt toe en er ontstaat een positiever zelfbeeld.

Overpeinzingen die in mij opkomen, zonder volledig te willen zijn…

…..waar zijn de grenzen….
Wat naar mijn idee vaak meespeelt in situaties van burn-out zijn de emotionele, sociale en financiële belangen die voor het individu aanwezig zijn. Als hoofdverdiener van een gezin laten we ons niet zomaar op een zijspoor zetten. Ons ego wil niet zomaar buigen voor moeilijke of onaangename werksituaties. Misschien zijn we bang voor verandering of bang om geen nieuw werk te kunnen vinden? Of misschien willen we niet toegeven in een arbeidsconflict omdat we vinden dat we gelijk hebben en recht hebben op een andere werksituatie, ook al lijkt die er niet aan te komen. Als ik met cliënten in gesprek ben en vraag hoe deze situatie (burn-out) ontstaan is, zeggen ze vaak het niet aan te hebben zien komen. Doorvragend en pratend blijkt echter dat zij de situatie wel hebben zien aankomen, ze voelden dat met de tijd hun lichaam sterkere signalen is gaan afgeven, maar ze hebben er niet adequaat naar gehandeld. Hun gevoelskompas gaf niet thuis. Juist dit fenomeen is met haptonomie geweldig trainbaar, zodat patronen niet herhaald hoeven te worden, het hoeft hen dus niet weer te overkomen. We trainen/oefenen in grenzen stellen, of juist grensverleggend werken. Ik train dit zowel in de aanraking op de bank, als in oefeningen in de ruimte op een kleine wiebelplank samen of op een oefentol.

…..re-integreren: terug in het oorlogsgebied…..
Wat ik soms moeilijk vind voor de cliënt is dat deze vaak moet re-integreren in het oorlogsgebied waar de kwetsing is opgelopen. De plek waar hij zich zo onveilig gevoeld heeft, of onder druk stond en zich machteloos en gefrustreerd voelde, moet als revalidatie- en herstelplek dienen. Ik vind het belangrijk om daar met de cliënt bij stil te staan. Ik wil weten wat de visie, gedachten en gevoelens van de cliënt zijn, die een rol spelen als dit de re-integratie-situatie wordt. Wat zijn de kansen, wat zijn de risico’s? Kan de cliënt in deze situatie groeien en zich positief ontwikkelen, of dreigt hier een achteruitgang plaats te vinden, doordat hij (nog) niet met deze situatie kan omgaan. Hoe is de positie van de arbo-arts hierin, en wat is de positie van de werkgever of leidinggevende? Zitten we op één lijn en zijn er positieve voorwaarden voor de ontwikkeling van mijn cliënt? Een belangrijk aspect voor de cliënt is om zijn eigen redzaamheid en assertief vermogen onder ogen te zien. Mijn ervaringen zijn zeer wisselend en uiteenlopend met betrokken partijen. Het terugwinnen van vertrouwen en autonomie is soms moeilijk als artsen, hulpverleners of leidinggevenden een sterk dominante en autoritaire houding hebben t.a.v. de cliënt. Soms heel goed bedoeld, maar niet altijd even goed afgestemd op de behoeften of kwaliteiten van de werknemer. Voor mij als therapeut de kunst om uit deze situaties weer kwaliteit te halen door de cliënt hiermee te leren omgaan.

…..bewustwording, sedatie en inzicht…..
Is de aandacht van mijn cliënt gericht op effect of op affect? Gericht op de buitenwereld en hoe hij zich daarin manifesteert of op het affect, gericht op het welzijn van zijn eigen binnenwereld? Het eigen bezielde lichaam, hoeveel aandacht is daarvoor? Door meer gevoel hiervoor te hebben in het accent naar zichzelf toe kan de cliënt ontdekken wat de kracht is van deze respectvolle zelfzorg.
Bewustwording, inzicht: laag voor laag. Je neemt de cliënt in het begin mee aan de hand en geeft richting, rust en ruimte…. Bewustwording, sedatie en inzicht in eigen patronen wisselen elkaar af. Daarna kan de confrontatie en aanvaarding van de huidige situatie meer aan bod komen. Dit is vaak een moeilijke fase omdat de cliënt het gevoel heeft de strijd te hebben verloren met zijn ego, collega’s of werkgever, degene die ‘ongelijk’ had.

Trainen van nieuwe vaardigheden leidt tot een nieuw patroon, waardoor het voor de cliënt een optie wordt om oude patronen los te laten. Er is een alternatief en dat geeft keuzemogelijkheid. Een evenwichtsoefening op de tol geeft inzichten: ligt de focus op de prestatie, in evenwicht op de top blijven staan? Of ligt de prioriteit bij het welzijn van zichzelf, het affect t.a.v. het eigen lichaam? Je kunt ook telkens je evenwicht verliezen en vallen en dit niet als een falen zien, maar als een proces; het kost tijd om de tol te leren kennen.

Over Jan Tigges

Tijdens mijn opleiding fysiotherapie raakte ik geïnspireerd door docenten die werkzaam waren binnen de manuele therapie en de psychologie. Beide vakgebieden ben ik gaan studeren uit nieuwsgierigheid naar hoe het menselijk lichaam en de menselijke geest werken. Hoewel beide studies mij zeer interesseerden, was ik er toch nog niet helemaal door gegrepen. Toen ik in 1993 een open dag volgde over haptonomie, was het voor mij helder. Dit is wat ik wil…… dit vak wilde ik leren en hiermee wilde ik gaan werken. Ik ben altijd geboeid en bezig met de vragen: waarom gedragen wij ons zoals wij doen? Wat zijn de oorzaken van onze lichamelijke en geestelijke klachten en hoe kunnen wij daar anders/beter mee omgaan? Waarom is het zo moeilijk voor ons mensen om naar volle tevredenheid een goede balans te vinden in ons leven? Na me ruim 25 jaar te hebben verdiept en werkzaam te zijn in de haptonomie, heb ik veel antwoorden en helderheid gekregen over de vragen waarmee mijn cliënten dagelijks bij mij komen. Aangezien elk mens uniek is, is geen behandeling en dus geen oplossing hetzelfde. Met elke cliënt heb ik weer een andere chemie en ik word elke dag opnieuw uitgedaagd om samen met cliënten antwoorden te vinden op de hulpvraag. Het mooie is: door mijn blijvende verwondering over mensen blijf ik geboeid door de processen die ik met ze doormaak. Persoonlijk, intens, en vaak van wezenlijk belang…. Hoe mooi kan je werk zijn?

Liefs Jan.

www.haptonomiedenhaag.nl

Over de schrijver
Reactie plaatsen

Cookie gebruik